Brancheplatform Natuursteen maakt gebruik van cookies. Hier vindt u meer informatie.

Naar een samenhangende benadering van duurzame inzetbaarheid.

In de afgelopen jaren is de kijk op werken in het laatste deel van de loopbaan sterk aan het veranderen. Het gevoerde overheidsbeleid waarin vervroegd uittreden sterk wordt belemmerd en langer doorwerken wordt bevorderd, heeft tot nu toe gewerkt en Nederland blijkt te kunnen voldoen aan overeengekomen beleidsintenties in Europees verband. Natuurlijk was de vergrijzing de achtergrond voor dit beleid, en is de ontstane druk op voorzieningen voor de oudere werknemer, sterk problematisch geworden. Ook de komende jaren, met het grote vervangingsvraagstuk voor de boeg, is herijking van het eigen beleid in de sector noodzakelijk.

Het nu gevoerde beleid voor de oudere werknemer is vooral gericht op het verminderen van de actieve werktijd door het beschikbaar stellen van extra vrije dagen. Het geleidelijk minderen van het aantal gewerkte uren kan vervolgens worden doorgezet in een vervroegde uittredingsregeling. Deze visie op het ouder worden is uit de tijd aan het geraken en door de verdere vergrijzing in de sector moeilijk te handhaven. Duidelijk is geworden dat ook in andere levensfasen knelpunten voorkomen.

De uitdaging ligt voor om de aanwending van de nu beschikbare middelen te koppelen aan een meer samenhangende visie op de personele voorzieningen in de sector. Individuele verantwoordelijkheid voor de eigen inzetbaarheid van de werknemer, personeelsbeleid vanuit het bedrijf op het terrein van duurzame inzetbaarheid en gezamenlijke afspraken in cao-verband die passen bij activerend sociaal beleid, zijn daarbij streefrichtingen die stapsgewijs dienen te worden bereikt. Medewerkers (zowel die in vaste dienst als die in tijdelijke dienst) floreren als de arbeidsinhoud, de arbeidsomstandigheden, de arbeidsvoorwaarden en  arbeidsverhoudingen onderscheidend zijn en aansluiten bij de belangen van de bedrijven. Belangrijk daarbij zijn ook de competenties (-ontwikkeling) van werknemers waarbij de bestaande instrumenten Loopbaanontwikkeling en vakopleidingen een belangrijke rol spelen.

Een bijkomend voordeel van een dergelijke aanpak is dat bepaalde voorzieningen die op dit moment uitsluitend voor de oudere werknemers gelden, worden ingeruild/omgezet in een nieuw stelsel waarbij nieuwe voorzieningen kunnen worden ontwikkeld voor alle leeftijdscategorieën werknemers. Hierdoor zal er tevens meer draagvlak ontstaan voor het meer op de toekomst gerichte nieuwe stelsel.

Cao-partijen willen de ombouw van de huidige regelingen voor oudere werknemers strikt koppelen aan een gezamenlijk ontwikkelingsbeleid voor duurzame inzetbaarheid. Daarbij dient in een nog te ontwikkelen beleidsplan (met daarin fasen, mijlpalen en deelstappen) met welomschreven pilots en strikte monitoring van resultaten en neveneffecten, een nieuwe richting nader verkend te worden. Uiteraard kan een dergelijke nieuwe ontwikkelingsrichting voor levensfasebewust beleid niet losgezien worden van al bestaande beleidsmaatregelen op het terrein van sociaal beleid. Vandaar dat wordt voorgesteld om dit facetbeleid te verbinden met maatregelen en activiteiten gericht op een positieve beeldvorming van de sector, op instroom gerichte maatregelen, op ontwikkeling en doorstroom gerichte maatregelen, de begeleiding en ondersteuning bij uitstroom en op behoud van bekwaam personeel gerichte instrumenten.

Het gaat in de visie van cao-partijen dan ook niet om een los project en een plotselinge wijziging van bestaande afspraken, maar om een gezamenlijke en stapsgewijze route naar nieuwe arbeidsrelaties. De route zoals die door cao-partijen wordt voorgestaan start bij bewustwording van de noodzaak tot verandering bij alle betrokkenen, inzicht in de achterliggende visie op werk en de toekomst van arbeid en de arbeidsmarkt, adequate toerusting van alle betrokkenen om de visie in de praktijk te brengen, gerichte beproeving in pilots (waarbij ook de inspiratie van bevindingen uit andere sectoren kan worden betrokken), heldere evaluatie van de opbrengsten van de experimenten en tenslotte de beschrijving en vastleggen van randvoorwaarden en condities die nieuw beleid voor de hele sector kunnen dragen.

In de cao-periode 2011-2013 ontwikkelen partijen een samenhangende visie en aanpak ter bevordering van de duurzame inzetbaarheid van werknemers in de sector. Dit mede n.a.v. de voortschrijdende vergrijzing. Hierbij wordt o.m. aandacht besteed aan leeftijdsfasebewust personeelsbeleid, loon- en functiestructuur, opleiding, scholing, loopbaanontwikkeling, arbeidsomstandigheden, werkdruk en de inzet van extra verlofdagen. Partijen inventariseren welke bestaande cao-maatregelen verband houden met duurzame inzetbaarheid, hoeveel kosten hiermee zijn gemoeid en hoe effectief ze zijn. Vervolgens onderzoeken zij of de duurzame inzetbaarheid een andere invulling van het beleid en budget wenselijk maakt en hoe die kan worden gerealiseerd. Dit proces mondt uit in een plan van aanpak voor een gefaseerde invoering van vastgestelde maatregelen. Partijen maken hierbij gebruik van externe deskundigheid.

 



Bedrijven Natuursteenbranche

Zoek een natuursteen bedrijf bij u in de buurt

Zoeken >

Wij houden u graag op de hoogte

Als u dat wilt sturen wij u het laatste nieuws en publicaties per e-mail.

Duurzame inzetbaarheid

Duurzame inzetbaarheid